Geen 'par excellence' voor de parlementariër

Auteur: Redactie
11 september 1996
Geen 'par excellence' voor de parlementariër

Milieubewust management hoeft niet alleen uit idealisme voort te komen 'Ze zullen wel moeten', zegt buitenland- en vervoersdeskundige Gerrit Valk, nadat hij aan de boorden van het Markermeer genoten heeft van garnalen, langoustines en tonijn; bereid door de chef-kok van restaurant l'Oasis de la Digue (Hoorn). 'De concurrentie is immers moordend. Het aantal hotels dat men de grond uit stampt wordt  steeds groter. Er wordt veel meer grensoverschrijdend  gereisd, hetgeen natuurlijk heel slecht is voor het milieu. Juist daarom zal de hotelier moeten kijken wat er te winnen is bij het tegengaan van milieuvervuilend gedrag.'

Uit hoofde van zijn functie heeft volksvertegenwoordiger Valk (lid Tweede Kamer van de PvdA) tientallen binnen- en buitenlandse hotels van binnen en van buiten gezien. Hij roemt het sobere handdoekenbeleid waaraan de gast - als hij dat wenst - zijn steentje kan bijdragen door ongebruikte handdoeken niet achteloos in de wasmand  te werpen. Bovendien vindt hij dat de verwarming op de kamer door de gast zelf geregeld moet kunnen worden. 'Soms is het er 's nachts zo warm dat ik veel te lang nodig heb om wakker te worden. Ik wil de verwarming voor de nacht uit kunnen zetten.' Deze zelfwerkzaamheid dient twee belangen: 1) de gast springt fief zijn bed uit (in dit geval ook landsbelang) en 2) de energiekosten worden gedrukt. Valk vindt dat de eigentijdse horeca-ondernemer zich steeds zal moeten afvragen door welke maatregelen vervuiling en verspilling nog beter kunnen worden bestreden. Het mes snijdt dan aan twee kanten: men draagt zijn steentje bij aan een betere leefomgeving en men houdt door de ingevoerde versobering de minder alerte concurrentie verder van de hiel.

Kogelgaten

Gerrit Valk is niet dol op de ’Gerrit van der Valk-achtigen’. 'Ik houd gewoon niet van eenheidsworst. Die hotels zijn me te massaal, te onpersoonlijk. Ik zit echt veel liever in een kleiner, gezellig hotel. Het aantal vierkante meters en de luxe van een kamer zeggen me niets, net zo min als het aantal handdoeken in de badkamer. Ik heb er net zo lief één. Misschien is het banaal dat ik dit zeg, maar of je nu een kamer van 500,- of  100,- hebt, 's nachts heb je toch je ogen dicht. Die 500,- slaap je er niet van af, hoor. Ook al doen sommige mensen alsof dat wel het geval is. Tijdens de Vierdaagse logeerde ik in familiehotel Hamer bij Nijmegen. De kleinburgerlijkheid druipt van dat hotelletje af. Prima hoor! Als ik dan toch door mijn werk in een luxe hotel terecht kom, dan let ik bijvoorbeeld op zaken als: investeert men wel om de oorspronkelijke grandeur in stand te houden, of teert men op vergane glorie.

Met de logeerweelde waarin Valk zich doorgaans - vanuit zijn functie - mag wentelen valt het wel mee. In sommige gevallen is er zelfs sprake van een sinistere ambiance. Ruim een jaar geleden logeerde hij als lid van een Kamerdelegatie in een hotel in Sarajewo. 'De kogelgaten zaten zelfs in de muren van mijn slaapkamer. 's Nachts hoorde ik het schieten van alle kanten komen. Hoewel dit het enige nog functionerende hotel van Sarajewo was, voelde ik me er niet bepaald veilig. Aan het personeel was vrijwel niets te merken. De gasten verbleven meestal in een bar waar nauwelijks verlichting was. De elektriciteit viel herhaaldelijk uit. Het was dan ook verstandig niet de lift te nemen. Ook een bezoek aan een hotel in het Koerdisch gebied van Irak was gespeend van elk comfort. 'Daar was helemaal geen elektriciteit, geen verwarming, geen licht. Ook een echt oorlogshotel dus.'

Koeietong

Valk: 'De hôtellerie is wereldwijd in beweging. Ik zie bijvoorbeeld de veranderingen in Oost-Europa. Daar worden momenteel ontzettend luxe hotelketens de grond uitgestampt. Qua luxe overbieden die elkaar. Het is natuurlijk zo'n contrast met wat je daar vroeger kon verwachten. Men schiet helemaal door. Vooral in Rusland zie je dit gebeuren. Dat is niet leuk meer.'

Het zal Valk dan ook niet zo gauw meer overkomen dat hij 's morgens om 05.00 uur met een nog slaperig hoofd boven een dampend bord aardappelen met koeietong zit, dankzij de buitengewone Russische gastvrijheid.

Politicus Valk kan zich voorstellen dat het beroep hotelier een aardig beroep is. 'Het is wel hard werken, want er komt veel meer bij kijken dan gasten vaak denken. Ik zou tegen de hoteliers willen zeggen: 'Bemoei je met je gasten zonder bemoeizucht.'

Zijn aversie tegen te pretentieuze hotels komt, zo zegt hij, niet voort uit zijn PvdA-lidmaatschap: 'Misschien komt het omdat ik te veel in hotels zit. Overdreven luxe word je zat, terwijl het logeren in gewone, gezellige hotels heel lang vol te houden is. Laatst heb ik in een gezellig familiehotelletje in de binnenstad van Maastricht gelogeerd. Er was ook een leuk barretje onder. Het hotelletje zelf ziet er niet uit, maar ik vond het er wel heel prettig. Daar zit ik echt veel liever dan in het MECC of weet ik veel waar; los van de financiële vraag.'

Valk kijkt op zijn bord. 'Wanneer je me zou vragen wat mijn favoriete restaurant is, zou ik het antwoord daarop schuldig moeten blijven, maar ik wil wel even kwijt dat ze in hier verrukkelijke snoekbaars klaarmaken. Bovendien vind ik dat ze van een oud stoomgemaal een schitterend restaurant hebben weten te maken. En dan dat uitzicht: Hollandser kan het niet. Over eten gesproken, ... In de meeste restaurants mis ik een gevarieerde vegetarische menukaart. Zelfs hotelrestaurants hebben meestal niet meer te bieden dan één vegetarisch menu. Hoewel ik zelf geen vegetariër ben, vind ik vegetarisch eten op zijn tijd heel lekker. Ik moet vaak in Den Haag eten en dan wil ik het liefst een vegetarische, dus lichte maaltijd. Dat is niet eenvoudig te realiseren. Men zou veel meer rekening moeten houden met de gast die van afwisseling houdt.'

Remmende voorsprong

Buitenlandspecialist Valk maakt nog even een overzeese gedachtensprong: 'Ik heb  het idee dat de Amerikanen de laatste jaren slachtoffer zijn van de wet op de remmende voorsprong. Het is echt opmerkelijk. Doordat Europa na de oorlog in puin lag, kon men lange tijd voorop lopen in de technologie, megabouw en dergelijke. Nu zie je aan alle kanten tekenen van verval; nog niet zozeer in de hotels waar ik heb gelogeerd, maar de vliegvelden zien er al niet meer florissant uit, terwijl de 'highways' vol met gaten zitten. Zal die teneur de hôtellerie straks ook  treffen? In elk geval loopt men in Amerika mijlenver achter op Europa in veel opzichten. Overigens kunnen wij ons in Europa weer afvragen of wij niet door Azië voorbijgestreefd worden. Dat gevoel had ik in Taiwan. Ik was onder de indruk van het WTC daar, en ik had de indruk dat we de slag om de wereldhandel best eens zouden kunnen verliezen. Zelf ben ik overigens niet bang voor buitenlandse investeerders, als er maar geïnvesteerd wordt!'

Auteur: Siska Dijkstra-van der Beek

HM30JAAR HM301996

Overig nieuws