Symbiose van logement en restaurant

Auteur: Redactie
22 juni 2000
Symbiose van logement en restaurant

Het is toch wat met die Groningers. Hun commissaris van de koningin verkondigt maandenlang dat zijn provincie heel tof en hartstikke mooi is (in iets andere bewoordingen), en dan toont het Journaal ons beelden van inboorlingen die het mooi zat zijn, de toeloop van ‘westerlingen’. Wij mogen dus, wat hen betreft, verzuren in onze files en hutje-mutje-bouwsels, onder de rook van de industrieën die de vaderlandse kachel laten branden. Nou ja, het ‘regionalisme’ keert zich uiteraard tegen Randstedelijke huizenjagers, niet tegen ruimteminnende toeristen. Dat zou ook jammer zijn voor een hotel als Corps de Garde, waar ooit de gardeniers sliepen en - erg letterlijk - waakten. Zij moesten elke vreemde onverlaat aan gene zijde van de brug houden.

Eind 1989 heeft Janscho van Abel, samen met zijn moeder, het historische pand aan de Boteringebrug gekocht; twee jaar later werd hotel Corps de Garde in bedrijf gesteld. Dat was voor beiden een gewaagde sprong in het diepe: Janscho had weliswaar de hotelschool in Groningen gedaan, en hij had wat praktijkervaring opgedaan in Zwitserland, maar verder... En zijn moeder (Joke van Velthoven) had al helemaal geen hotelervaring. Ja, opa had vroeger een café gehad; dat was alles.

Enfin, zoals gezegd stond het karakteristieke gebouw met de Toscaanse zuilen in 1989 te koop. ‘Mijn moeder kwam toen met het idee om er een “guesthouse” van te maken,’ vertelt Van Abel. ‘Het was de bedoeling dat gasten hier een aantal maanden zouden verblijven, maar uiteindelijk bleek dat toch niet rendabel te zijn. We hebben er dus een normaal hotel van gemaakt. Gasten voor twee nachten zijn immers veel makkelijker te vinden.’

Eerst een stukje Groningse geschiedenis. In 1624 werd een aanvang gemaakt met het slechten van de Boteringepoort en het opruimen van de oude aarden wal. Op verzoek van een majoor werd toen een ‘nije corps de guarde’ gebouwd. Stadsbouwmeester Johan Isbrants maakte er wat moois van, met open galerijen en Toscaanse zuilen. Later kwam het gebouw in het bezit van de universiteit; de zalen werden in 1836 samengevoegd om ruimte te bieden aan de ‘academische verzameling’ landbouwwerktuigen. (Ergo: van het zwaard naar de ploeg.) Drie jaar later werden de open galerijen dichtgemetseld. Na 1871 werd het gebouw gebruikt door een reeks andere faculteiten. In 1989 vertrok het Instituut voor Kunstgeschiedenis en werden de eeuwenoude muren gesierd met bordjes ‘Te Koop’. Van Abel: ‘Wij woonden hier vroeger om de hoek, dus toen mijn moeder met mij telefoneerde over de aankoop van dit pand, wist ik - in Zwitserland - onmiddellijk wat ze bedoelde. Het was een bouwval; niemand durfde het aan om het te kopen.’

Destijds telde de Groningse binnenstad nog nauwelijks hotels, dus in dat opzicht was de aankoop iets minder avontuurlijk. ‘De doelgroep en de ruimte bestonden wel,’ aldus Van Abel. ‘Maar er moest veel geïnvesteerd worden. We waren, bij wijze van spreken, wekelijks failliet. Ik kan natuurlijk wel roepen dat het vanaf de eerste dag fantastisch liep, maar dat klopt gewoon niet.’

Na twee maanden experimenteren met het “guesthouse-idee”, werd toch gekozen voor een hotelfunctie. Daarbij hoorde wel, volgens Van Abels stellige overtuiging, een goed restaurant: ‘We hadden al direct het voornemen gehad om ook op culinair gebied aan de weg te gaan timmeren. In eerste instantie stuitten we daarbij op de gemeente: er mocht absoluut geen horeca bij komen in deze buurt. Allereerst hebben we de gemeente ervan weten te overtuigen dat een hotel niet onder de noemer horeca valt; een jaar later mochten we de benedenetage - die nog in de oude staat verkeerde - een restaurantfunctie geven. We kozen onmiddellijk voor het topsegment, want als je in een pand met deze uitstraling zit, moet je hoge kwaliteit bieden.’

Liefst thuis

Corps de Garde verwelkomt door de week voornamelijk zakelijke gasten; de andere logés behoren tot de categorie ‘betere toerist’. In een paasweekeinde bijvoorbeeld, is het rustig in dit hotel, want dan komt er een wat ander publiek naar de stad. Van Abel: ‘Over het hele jaar genomen kunnen we wel bogen op de hoogste bezetting in de binnenstad. We hanteren overigens één tarief; zeven dagen per week hetzelfde.’

Het geheim van die hoge bezetting ligt volgens Van Abel besloten in een realistische benadering van het hôteliersambacht: ‘Als je met een hotel als dit begint, moet je je realiseren dat het overgrote merendeel van je gasten - zakenlieden dus - eigenlijk liever niet in een hotel wil overnachten. Zij slapen het liefst thuis. Zakelijke gasten komen noodgedwongen naar je hotel toe. Met dat in ons achterhoofd doen we er alles aan om er het beste van te maken.’

De persoonlijke aandacht, waar natuurlijk iedere hôtelier het over heeft, kom je in de praktijk lang niet overal tegen, meent Van Abel. Bij die factor ‘aandacht’ hoort onder meer het ‘niet al te standaard te werk gaan’. Dat ook honden welkom zijn, spreekt dan ook vanzelf. ‘Het zijn altijd aardige honden,’ beweert Van Abel. ‘Anders neemt iemand zo’n dier niet mee naar een hotel. Ach, het is voor de schoonmakers wat extra werk.’

Opmerkelijker is wellicht dat alle gasten gewoon de sleutel van de voordeur mee krijgen. In een tijd nota bene, waarin andere hôteliers de tv’s in de muur laten metselen om diefstal tegen te gaan. Van Abel doet er luchtig over: ‘We vragen ook nooit naar legitimatie. Als ik bekijk hoe vaak dat mis is gegaan de afgelopen jaren... Te verwaarlozen; eenmaal per jaar wellicht. Dat weegt niet op tegen het gevoel van hartelijkheid dat je kunt schenken. Hoe je met de gasten omgaat, krijg je altijd weer terug.’

Van Abel houdt niet van strakke regeltjes. Zo kan men rustig tot na tien uur ’s ochtends aanzitten voor het ontbijt. Als binnen Corps de Garde al een hotelformule gehanteerd wordt, dan is het: gastvrijheid plus flexibiliteit. ‘Niet te star met de dingen omgaan,’ zegt hij. ‘Het is natuurlijk vreselijk dat mensen in hotels gedwongen worden om vroeg op te staan, ofwel doordat baliepersoneel opbelt, ofwel doordat het kamermeisje aanklopt. Nog erger: het kamermeisje dat in de kamer staat. Dat is ronduit absurd. Onze aanpak heeft natuurlijk ook nadelen, want we kunnen niet garanderen dat aan het begin van de middag het hele hotel al schoon is. De meeste mensen hebben daar overigens wel begrip voor.’

De gasten klagen ook beslist niet over het ontbijtbuffet (geen kleine bordjes in dit hotel!), maar dat buffet zit Van Abel toch niet lekker: ‘Door de toename van het aantal kamers hebben we op een gegeven moment hiervoor gekozen, maar misschien gaan we binnenkort toch weer aan tafel bedienen. Dan brengt het maar meer personeelskosten met zich mee.’

Gastheer in restaurant

De historische ambiance van dit driesterrenhotel zorgt natuurlijk voor wat extra cachet; faciliteiten daarentegen, zijn er niet. Geen sauna; geen conditieruimte; geen vergaderruimte. Vooral dat laatste wordt als een gemis ervaren. ‘We hebben er gewoon de ruimte niet voor,’ zegt Van Abel berustend. ‘Dat betekent dat we op een andere manier klasse moeten uitstralen. Denk daarbij aan onze uitstekende keuken.’

Toch eten veel hotelgasten logischerwijze niet in het restaurant. Het is een bekend fenomeen voor binnenstadhotels: een gast zet zijn bagage op de kamer, drinkt misschien nog een drankje, en gaat vervolgens op verkenning de stad in. Het restaurant van Corps de Garde moet dus ‘los van het hotel’ kunnen draaien; het moet gasten van buiten trekken, gastronomen die op hun beurt meestal niet blijven overnachten. Dat neemt niet weg dat het hotel en het restaurant elkaar aanvullen en embellisseren. ‘We hadden dus ook niet de keuze om met het restaurant op een niveau lager te gaan zitten, omwille van een grotere doelgroep,’ benadrukt Van Abel. ‘De kwaliteit van de keuken moet de kwaliteit van het hotel weerspiegelen. Met Bonnie Sikkes, onze chef-kok vanaf het begin, staat of valt het restaurant. Hij wordt door mij volledig vrij gelaten, binnen de economische marges natuurlijk. De eerste twee jaar heeft het hotel het restaurant gefinancierd, maar gaandeweg zijn deze twee onderdelen van het bedrijf echt naast elkaar komen te staan.

Gebakken ossehaas met gesmolten eendelever en een truffeltapenade; met Provolone gegratineerde kalfslende in een sherry-jus; halve kreeft met een kreeften beurre blanc op een mousseline van rozeval-aardappelen en knolselderij... En kijk niet verbaasd als de hôtelier in hoogst eigen persoon de gerechten komt brengen. Van Abel treedt graag als gastheer op in het restaurant. ‘Het is gewoon erg leuk,’ zegt hij eenvoudig. ‘In een restaurant ben je vier à vijf uur op een avond met een gast bezig; in die tijd kan hij onbekommerd zijn mening geven over allerlei aspecten van zijn verblijf in het hotel.

Dat is leerzaam. In je functie als hôtelier spreek je een gast eigenlijk alleen wanneer er een probleem is.’

Aanbellen

Langs de singel lopend zie je nergens aan dat hier, bij de Boteringebrug, een hotel of een restaurant zit. Geen bord; geen neon (uiteraard). En dan moeten de gasten ook nog aanbellen, want de deur is niet open. Van Abel: ‘Daar zijn we heel eigenwijs in geweest. Alleen de hotelgasten kunnen - met hun sleutel - zomaar binnenlopen. Het geeft hun een huiselijk gevoel, en alle anderen - dus ook de restaurantgasten - worden op deze manier persoonlijk ontvangen.’

Misschien oogt het voormalige gardeniersgebouw nu een beetje ‘introvert’, maar daar komt binnenkort verandering in. Dit jaar nog wordt beneden de keuken verplaatst, en dan worden de muren tussen de Toscaanse zuilen vervangen door glas. Daardoor zal weer een ‘open’ galerij onstaan. Waar eertijds de kanonnen stonden, zullen nu - zichtbaar voor elke passant - de restauranttafeltjes staan.

Een ander lokkertje is de website. Daar is dit hotel al drie jaar geleden mee gestart. Inmiddels worden dagelijks drie à vier kamers geboekt via www.corpsdegarde.nl. Vorig jaar is deze website zelfs bekroond met de ‘horeca award vijf sterren website voor de hotellerie’. Treed dus gerust digitaal binnen. Geen kanonnen meer. Wel nog even een wachtwoord - voor toegang tot de eigen internetprovider.

Naam: Auberge ‘Corps de Garde’

Kamers: 21; binnenkort 25

Logies: 1 persoons kamer fl 90,-; fl 150,-; fl 170,-

2 persoons kamer fl 125,-; fl 165,-; fl 185,-

Zalen: geen

Omzet hotel: ca. 1 miljoen

Omzet f&b: 4 tot 5 ton

HM302000

Overig nieuws