Per 1 juli vervult Marijke Vuik de rol van voorzitter van MKB-Nederland. Daarmee maakt ze de overstap van Koninklijke Horeca Nederland naar de organisatie die de stem vertegenwoordigt van ruim 170.000 leden, verdeeld over 124 brancheorganisaties.
Vuik trad aan als KHN-voorzitter in een periode waarin de sector zich na corona opnieuw moest uitvinden. Tegelijkertijd doemden nieuwe uitdagingen op aan de horizon: stijgende kosten, krapte op de arbeidsmarkt, hogere belastingen en toenemende internationale concurrentie. Toch overheerst bij Vuik geen somberheid: “Wanneer je puur naar de cijfers kijkt, staat de horeca er nog steeds goed voor”, zegt ze. “Het aantal locaties groeit stabiel, maar ook omzet en volume groeien nog steeds.”
Dat betekent niet dat alle delen van de sector eenzelfde ontwikkeling doormaken. Juist binnen de horeca zijn de verschillen de afgelopen jaren groter geworden, waarbij vooral de avondhoreca het zwaar heeft gehad: “Het aantal cafés is in de afgelopen jaren met ongeveer 20 procent gedaald”, gaat Vuik verder. “Restaurants laten ook een lichte afname zien. Aan de andere kant groeit de daghoreca juist sterk. Dat zie je ook terug in het straatbeeld: overal ontstaan nieuwe koffiezaken en lunchconcepten. Tien jaar geleden zag dat er heel anders uit.”
Een ander onderdeel dat de afgelopen jaren stevig gegroeid is, is de bezorgmarkt. Tijdens corona explodeerde het aantal bezorgconcepten, waarna de markt uiteindelijk stabiliseerde. “We hebben nu simpelweg meer concepten dan vóór corona”, concludeert ze.
Meerwaarde
Binnen de hotellerie spelen dezelfde uitdagingen, met als extra factor de verhoging van het btw-tarief op overnachtingen. Hoewel de langetermijneffecten daarvan nog niet volledig zichtbaar zijn in de cijfers, merkt Vuik dat vooral hotels in de grensregio’s direct de gevolgen voelen. “Dat heeft zeker impact, vooral dicht bij de grens. Daar vergelijken gasten prijzen direct met buurlanden.”
Ondanks deze complicerende factoren ziet Vuik dat de sector zich de afgelopen jaren opvallend veerkrachtig heeft getoond. Hotels lieten, zelfs bij oplopende kosten en een steeds complexere bedrijfsvoering, zowel volumegroei als omzetgroei zien. Volgens Vuik heeft dat alles te maken met de bredere betekenis van hospitality: “De horeca voegt ontzettend veel toe. Niet alleen economisch, maar ook maatschappelijk. Hotels en horecabedrijven zorgen voor werkgelegenheid, verbinding in steden en dorpen en plekken waar mensen samenkomen. Dat is een enorme meerwaarde.” Daarom blijft ze ondanks alle uitdagingen positief over de toekomst van de sector: “We bieden iets dat echt uniek is.”
|
CV Marijke Vuik 2006 - heden
Mrt. 2023 - jun. 2026 Mrt. 2023 - jun. 2026 |
Mrt. 2023 - heden Apr. 2024 - heden Jul. 2026 - heden |
Krapte & innovatie
Over het antwoord op de vraag wat de komende jaren de grootste uitdaging zal zijn, hoeft Vuik niet lang na te denken. Net als vrijwel iedere branche, worstelt de horeca met een structureel tekort aan personeel. “Die krapte op de arbeidsmarkt blijft”, stelt ze. “We hebben te maken met vergrijzing en met minder jongeren. Binnen de hotellerie werken relatief veel jonge mensen, dus wij merken dat soms sneller dan andere sectoren.”
De hotellerie bevindt zich volgens Vuik daarom midden in een overgangsfase waarin slimmer werken noodzakelijk wordt. “We investeren steeds meer in innovatie. Dat kan robotisering zijn, maar ook slimme data, AI of automatisering van processen.” In hotels vertaalt zich dat bijvoorbeeld naar geautomatiseerde reserveringssystemen, digitale check-ins en efficiëntere personeelsplanning.
Tegelijkertijd waarschuwt Vuik ervoor om technologie nooit een doel op zich te maken: “De kracht zit erin dat je als ondernemer je processen goed in kaart brengt. Dan kun je bepalen waar je tijdswinst wilt behalen en waar juist niet. Sommige bedrijven kiezen er bewust voor om bepaalde processen persoonlijk te houden. Dat is ook prima.” Automatisering hoeft daardoor niet ten koste te gaan van gastvrijheid: “Als we dit als sector goed doen, merkt de gast daar uiteindelijk niets van. De beleving blijft hetzelfde, alleen achter de schermen werk je slimmer.”
Regeldruk
Vuik spreekt niet alleen als bestuurder over de sector, maar ook als ondernemer. Die combinatie is wat haar betreft essentieel voor haar rol als belangenbehartiger: “Het is belangrijk dat je weet hoe het er in de praktijk aan toegaat. Dan kun je de vertaalslag maken van de werkvloer naar Den Haag, en andersom.” Die praktijkervaring helpt vooral bij discussies over regelgeving. Want hoewel ondernemers en politiek vaak hetzelfde doel nastreven, gaat het in de uitvoering geregeld mis: “Als wij het hebben over de regeldruk, gaat het meestal niet over het doel. Maar wel over de manier waarop dat doel bereikt moet worden. Ondernemers ervaren dat in de praktijk soms als een te zware belasting.”
Voor Vuik is het daarom cruciaal dat brancheorganisaties kunnen uitleggen wat beleid concreet betekent op de werkvloer: “Je moet duidelijk kunnen maken waarom ondernemers ergens tegenaan lopen. Hoe processen in een hotel of horecabedrijf daadwerkelijk werken. Dat maakt het verschil.” Tegelijkertijd verzet ze zich tegen het idee dat de relatie tussen horeca en overheid vooral problematisch zou zijn: “Ik ben er niet zo van om alleen te benadrukken wat er misgaat. Er gaat ook heel veel goed.”
Gemeenschappelijke uitdagingen
KHN heeft een achterban van meer dan 17.000 leden, variërend van cafés en restaurants tot hotels, bowlingcentra en strandpaviljoens. Juist die breedte maakt belangenbehartiging soms ingewikkeld: “Het is inderdaad heel divers. Dan ligt het risico op de loer dat je vooral de verschillen benadrukt, terwijl we eigenlijk ook heel veel gemeenschappelijke uitdagingen hebben”, zegt ze daarover. Die gemeenschappelijke uitdagingen zijn volgens haar helder: oplopende kosten, druk op marges en personeelstekorten. “De kostenkant is enorm geëxplodeerd. En prijzen stijgen nooit volledig mee.”
Tegelijkertijd blijven er sectorspecifieke dossiers bestaan. Voor hotels is de btw-verhoging daarvan momenteel het duidelijkste voorbeeld. “Het is altijd een optelsom”, gaat ze verder. “Het gaat niet alleen om de btw. Ook de toeristenbelasting is enorm gestegen, terwijl marges al onder druk stonden. Bovendien speel je als hotelier internationaal mee en vergelijk je jezelf met landen om ons heen.”

Internationaal speelveld
Juist dat internationale speelveld onderscheidt de hotellerie van andere sectoren binnen de horeca. Buitenlands kapitaal, internationale hotelmerken en internationale operators spelen een steeds grotere rol in Nederland. Vuik geeft aan dat dat geen probleem hoeft te zijn, zolang de balans maar behouden blijft: “Grotere partijen hebben vaak schaalvoordelen. Ze kunnen makkelijker investeren in automatisering of betere inkoopvoorwaarden realiseren. Daardoor zie je consolidatie in de markt ontstaan.” De uitdaging zit volgens haar vooral in het behouden van ruimte voor kleinere ondernemers en zelfstandige hotels: “Het belangrijkste is dat die kleinere hotels het ook kunnen blijven redden.”
Waar restaurants en cafés vaak lokaal of regionaal opereren, kijkt de hotelwereld automatisch over grenzen heen. Daarmee komt ook het Nederlandse vestigingsklimaat nadrukkelijker in beeld: “Een lokaal bedrijf heeft binding met een stad. Dat verplaatst niet zomaar naar het buitenland. Internationale ketens vergelijken Nederland veel sterker met andere landen”, zegt ze daarover. “Dan spelen zaken mee als fiscaliteit, investeringsklimaat en regelgeving.” Daarmee raakt de hotellerie volgens haar aan een bredere economische discussie: hoe aantrekkelijk wil Nederland zijn voor internationale investeringen? “Daar heeft de hotellerie meer mee te maken dan veel andere horecasectoren.”
Motor van de economie
Vanaf juli verschuift Vuiks blikveld van de horeca naar het volledige midden- en kleinbedrijf. Ze verwacht dat haar ervaring binnen hospitality daar van waarde kan zijn: “Er is de afgelopen jaren enorm geïnvesteerd in de beeldvorming rond het mkb. Je ziet dat ook terug in verkiezingstijd. Vrijwel iedere partij noemt het mkb de motor van de economie.” Die lijn wil ze nadrukkelijk voortzetten: “Het gaat niet alleen om economische cijfers, het gaat ook om de maatschappelijke waarde van ondernemers.”
Binnen het mkb speelt de horeca, als werkgever van ongeveer 500.000 mensen verspreid over meer dan 43.000 locaties, een belangrijke rol. “De horeca is inderdaad een grote sector binnen het mkb”, zegt Vuik. Ze wijst er daarbij op dat de horeca anders is georganiseerd dan veel buitenstaanders denken. Zelfs grote ketens bestaan vaak uit individuele ondernemers. “Als een formule tweehonderd vestigingen heeft, zijn dat vaak ook tweehonderd mkb-bedrijven. Veel vestigingen worden geëxploiteerd door franchisenemers.”
“Ondernemen is niet altijd makkelijk”
Op de vraag wat ondernemers zelf kunnen doen om de positie van de branche te versterken, komt het antwoord snel: “Aansluiten bij je branchevereniging”, lacht Vuik. “Gezamenlijk kun je altijd meer invloed uitoefenen dan individueel.” Maar uiteindelijk draait het voor haar vooral om ondernemerschap zelf: “Want ondernemers zijn degenen die elke dag vernieuwen. Zij zijn degenen die ervoor zorgen dat er stappen gezet worden. En dat de innovatie die we met z’n allen willen bereiken dichterbij komt. Daar heb ik echt bewondering voor.”
Tijdens haar jaren bij KHN bezocht Vuik talloze horecabedrijven. Wat haar daarbij het meest opviel, was de enorme passie waarmee ondernemers aan hun bedrijf werken: “Ondernemen is niet altijd makkelijk, het vergt ontzettend veel lef en doorzettingsvermogen. Het gaat niet altijd goed, maar ondernemers blijven zoeken naar oplossingen.” Dat ziet ze overal terug: in duurzaamheid, inclusiviteit, technologie en nieuwe concepten. “De oplossingen voor grote problemen worden soms al gewoon toegepast binnen bedrijven.” Ook de bereidheid van ondernemers om kennis te delen is volgens haar veranderd. “Vroeger zagen ondernemers elkaar misschien sneller als concurrent. Nu zie je veel meer dat ze elkaar opzoeken en van elkaar leren.”
Zelf merkt ze dat ook. Daarbij draait het niet altijd om grote strategische keuzes, maar juist om kleine observaties: “Je loopt ergens binnen en ziet bijvoorbeeld een slim roostersysteem of een mooie manier van werken. Dan denk je toch: zou dat ook iets voor mijn bedrijf zijn?” Die nieuwsgierigheid blijft, zelfs buiten werktijd: “Ik ga in restaurants altijd met mijn rug naar de muur zitten”, zegt Vuik lachend. “Dan kan ik de hele ruimte overzien. Ik vind het heerlijk om te zien hoe mensen aan het werk zijn. Zeker als echt alles op rolletjes loopt en mensen met een glimlach aan het werk zijn. Dat maakt echt een avond.”
Fotografie - Jaël Hoekstra